EEN EIGEN HOK, EEN PLEK ONDER DE ZON

Mijn eerste camping ervaring staat nog in mijn geheugen gegrift. Renesse, in een tentje welteverstaan. Nadat ik gezworen had nóóit te gaan kamperen ging ik toch meteen all the way. Vreselijk vond ik het. Ik werkte twee weken fulltime in een strandtent in de bediening en maakte dagen van 13 uur, dus veel was ik er niet te vinden, gelukkig.

De hele camping lag al op hok wanneer ik ’s avonds laat mijn fiets voor de tent parkeerde. Ik vond het fijn, zo voelde het toch alsof ik die massale openbare wasvoorziening voor mezelf had, luxe! Helaas werd die rust regelmatig verstoord door honderden muggen en motten die een huisfeestje hadden bij de fonkelende TL-buizen, maar dat terzijde. Snel en efficiënt te werk gaan is op zijn zachtst gezegd aan te raden in zo’n washok. Water werd op de camping gezien als heilig vocht. Voor een muntje van 50 cent kreeg ik een zeikstraal van 4 minuten en als ik geluk had dan was het water ook nog eens ijskoud omdat de boiler even op zich liet wachten. Dan zijn die 4 minuten zo om kan ik je vertellen. Met als resultaat dat ik daar regelmatig poedelnaakt met een kwak shampoo in mijn haar en een half geschoren onderbeen bibberend van de kou zocht naar nog een muntje van 50 cent. Om er vervolgens toch achter te komen dat ik maar één muntje van 50 cent bij me had. Dat apparaat was natuurlijk nog niet zo geavanceerd dat je er ander muntgeld in kon gooien of laat staan, een pinpas in kon stoppen. Ik praat over het jaar 2010, wat wil je. Ondertussen waren mijn teenslippers helemaal groen en geel uitgeslagen van de oude kwakjes shampoo(?) en zeepresten van de strijder voor mij in deze cabine, waardoor het profiel van mijn teenslipper als sneeuw voor de zon verdween. Ik gleed in ieder geval met gemak terug naar mijn tent om vervolgens op mijn lekke luchtbed te landen.

Iedere ochtend werd ik wakker van schreeuwende recreanten die op zoek gingen naar een ontbijt. Of naar hun kind. Nadat ik mijn gebroken rug weer in elkaar had gerekt bezocht ik het toilet. Hier mocht ik wel onbeperkt gebruik van maken en hoefde ik geen 50 cent te zoeken om mijn behoefte door te trekken. Ik gok dat de camping eigenaar dat voor eigen plezier bewust zo had gelaten. Na deze ervaring, zwoor ik opnieuw nóóit meer te gaan kamperen.

Dit jaar werd het anders, anno 2017 was het allemaal niet meer zo primitief. Ik zou meegaan naar een topcamping in het zuiden van Frankrijk, daar zou ik de charme van het “kamperen” wel ontdekken, aldus mijn jongere broer. Mijn broer is een kampeerder in hart en nieren, hij heeft een recreatieve opleiding gedaan en werkt nu bij een van de grootste touroperators van Nederland. Wij zijn een soort water en vuur. Lichtelijk cynisch gooide ik mijn koffer vol en dacht ik aan die wc-rollen die we misschien beter vast vanuit Nederland mee konden nemen. Ik bedoel, je weet nooit hoelaat we arriveren, het was tenslotte ook nog eens zwarte zaterdag.

Na een goede rit van een uurtje of 10 arriveerden we in het Rhône-gebied van Frankrijk. We reden het campingterrein op tussen een wirwar van rennende en gillende kinderen. De stacaravan was helaas nog niet gereed dus streken we maar neer op het terras bij het zwembad. Lichtelijk geshockeerd keek ik toe hoeveel mensen deze camping hadden gevonden en hoe deze mensen allemaal Nederlands spraken. ALLEMAAL. Ik pakte de kaart en zocht naar een lekker drankje en een Frans gerecht, als ik iets wel waardeer in Frankrijk dan is het de Franse keuken. Steak tartare hadden ze niet. En ook een Frans kaasplateau ontbrak. Wat ze wél hadden waren bitterballen. En frikandellen. En bamihappen. I rest my case.

Na een tijdje werden we gebeld dat onze stacaravan klaar was, eindelijk konden we ‘op hok’. We sliepen in de grootste caravan die er beschikbaar was. Met 4 volwassen hadden we de privilege om ons te verdelen over 3 slaapkamers met ieder 2 bedden, luxe momentje! Ik kreeg mijn eigen slaaphokje, wat niet heel vervelend was, want ik gok dat ik anders mijn koffer op de veranda had moeten laten liggen. Het andere bed in mijn kamer diende dus als kast. Hoe je dat zou moeten doen met 6 volwassenen keer 6 koffers is mij een raadsel maar van kamperen word je creatief is mij verteld. Dat gezegde begreep ik op het moment dat ik de keukenlade opentrok. Wel geteld één groot mes, een kartelmes welteverstaan, en – gelukkig – één aardappelmesje. Ik vroeg nog aan mijn broer of de vorige kampeerders misschien hun messencollectie thuis wilden uitbreiden en er daarom zo weinig lag, maar dit bleek “normaal” te zijn. Ik had nog nooit een stuk kipfilet of een paprika met een kartelmes gesneden maar inmiddels ben ik weer een ervaring rijker.

De vakantie bestond vooral uit relaxen aan de lagoon. Nou ja, relaxen, als ik mijn ogen dichtdoe en muziek in mijn oren heb, dan wel. Af en toe kreeg ik wel een hap zand in mijn gezicht van een kind dat nét iets te dicht langs mijn handdoek rende. Maar he, dat kan ik hem moeilijk kwalijk nemen, het is meer handdoek dan zand dat er ligt. En bovendien als het waait aan de Cote ‘D Azur word je ook weleens gezandstraald. Zwemmen werd pas echt een uitdaging, dan moest ik opzoek naar wat water tussen die golf van mensen. Maar dat maakt kamperen toch zo bijzonder?

Dat iedereen zo knus en gezellig met elkaar is?

Na deze ervaring snap ik nog steeds niet dat er Nederlanders zijn die zich een jaar lang uit de naad werken om vervolgens te willen ontsnappen aan de dagelijkse sleur door met een SLEUR-hut naar het zuiden van Europa te rijden om daar vervolgens weer tussen de rest van Nederland aan het overvolle zwembad te gaan liggen genieten van een kleffe frikandel.

Maar hé, zoveel mensen, zoveel wensen. Au Revoir!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.